De pas­sie voor het vak is hem met de pap­le­pel inge­go­ten. De vader en vele ooms van Ad IJzer­mans, hoofd­uit­voer­der A4, werk­ten even­eens in de bouw. Zelf geeft Ad het stok­je ook weer door. Zijn zoon Mel­vin en twee zwa­gers zit­ten in het team dat de fly-overs aan­legt van het nieu­we knoop­punt Hof­vliet. Een mooi deel­pro­ject dat nu al een belang­rij­ke blik­van­ger naast de A4 bij Lei­den is.

De twee fly-overs die van­af 2022 de nieu­we N434 met de A4 ver­bin­den, heb­ben een geza­men­lij­ke leng­te van 526 meter. De con­struc­tie rust op 14 steun­pun­ten met 12 over­span­nin­gen. Voor het geheel is 10.000 kuub beton nodig, zo onge­veer 900 beton­mix-vracht­wa­gens vol. Meest­al wordt bij fly-overs gebruik gemaakt van gepre­fa­bri­ceer­de lig­gers, die elders in een fabriek wor­den gemaakt. In dit geval gebeurt dat niet, omdat de over­span­ning te groot is.

Om die reden bou­wen wij de lig­gers ‘in situ’, dus ter plaat­se. Ter voor­be­rei­ding heb­ben wij een gro­te sta­len con­struc­tie gebouwd. Dat is in fei­te een tij­de­lijk brug­dek, waar we het beton van de fly-overs op aan­bren­gen.”

Levert het werk veel ver­keers­hin­der op?

Er is altijd wel spra­ke van eni­ge hin­der, maar we pro­be­ren het tot een mini­mum te beper­ken. Zo wordt tij­dens het bouw­pro­ces de A4 een stuk­je opge­scho­ven om vei­lig en onge­hin­derd ver­der te bou­wen aan de fly-over. We doen dit voor­al ’s nachts en in het week­end. Op die manier heb­ben rela­tief wei­nig weg­ge­brui­kers er last van.”

Lig­gen jul­lie een beet­je op sche­ma?

We lopen op dit moment een aan­tal weken ach­ter. Maar we heb­ben nog wat troe­ven ach­ter de hand om dat in te lopen. Om een voor­beeld te geven: als het dek van de fly-overs er straks op ligt, moet het tij­de­lij­ke brug­dek er weer onder­uit getrok­ken wor­den. Het plan is eigen­lijk om dat stuk­je voor stuk­je te doen. Maar van­uit onze erva­ring met ande­re pro­jec­ten zijn we met een alter­na­tief op de prop­pen geko­men, waar­bij we de hele bekis­ting er in één keer onder uit­rij­den. Dat levert aar­dig wat tijd­winst op.”

Waar heb je de erva­ring opge­daan, om der­ge­lij­ke oplos­sin­gen toe te kun­nen pas­sen?

In veel ver­schil­len­de pro­jec­ten. Ik was bij­voor­beeld hoofd­uit­voer­der bij de bouw van de boog­brug tus­sen IJburg en de A9, langs de A1 bij Die­men. Ook heb ik aan de Twee­de Coen­tun­nel gewerkt, als uit­voer­der. Guy Ver­cruys­sen, die nu ook hoofd­uit­voer­der is bij de Rijn­land­Rou­te, was daar­bij mijn hoofd­uit­voer­der.”

Wat vind je leuk aan dit pro­ject langs de A4?

Dat ik er al in een zeer vroeg sta­di­um bij betrok­ken was. Dan kun je samen met het team de tech­niek kie­zen waar­mee je het ont­werp gaat uit­voe­ren. Bij som­mi­ge pro­jec­ten is de uit­voe­ring al hele­maal voor­ge­kauwd. Daar moet je het dan mee doen, ter­wijl je in der­ge­lij­ke geval­len wel eens tegen metho­des aan­loopt die niet blij­ken te wer­ken. Ik heb zelf 37 jaar prak­tijk­er­va­ring, en weet aar­dig wat wel en niet moge­lijk is.”

Je bent dan zeker al op jon­ge leef­tijd begon­nen in dit vak …

Dat kun je wel zeg­gen, ja. Recht­streeks van­uit de school­ban­ken op mijn 16e de prak­tijk in. Eerst als tim­mer­man, toen als voor­man en daar­na als uit­voer­der en uit­ein­de­lijk hoofd­uit­voer­der.”

Een mooie car­ri­è­re, waar je vast hard voor hebt moe­ten wer­ken.

Maar het is mijn pas­sie, hè. Ik vind dat gewoon het mooi­ste wat er is: van niets iets maken. Wat dat betreft word ik bij dit pro­ject op mijn wen­ken bediend, omdat we niet met pre­fab bou­wen. Dus we doen het hele­maal zelf, op loca­tie. En dan ook nog vei­lig en net­jes. Alle mate­ri­a­len en spul­len altijd weer goed weg­zet­ten. Daar ben ik best fana­tiek in. Ik krijg er een goed gevoel van als alles op de bouw­plaats goed geor­ga­ni­seerd is. Maar het ver­dient zich­zelf ook terug. Je ver­kleint de kans op onge­val­len en de man­nen kun­nen lek­ker door­wer­ken. Ze hoe­ven ner­gens over­heen te klim­men of naar iets te zoe­ken, want alles is keu­rig op de juis­te plek opge­ruimd. Dat draagt eraan bij dat we werk met de juis­te kwa­li­teit ople­ve­ren.”