De boor­tun­nel in de N434

Een belang­rijk deel van de N434, tus­sen de A4 bij Lei­den en de A44 bij Was­se­naar, is de boor­tun­nel. Bij de plan­vor­ming was de gro­te vraag: hoe kun­nen we de weg aan­leg­gen zon­der veel in te grij­pen in de hui­di­ge omge­ving. Dit is gro­ten­deels gelukt door de weg als een ver­diep­te lig­ging en tun­nel aan te leg­gen, en de knoop­pun­ten slim te ont­wer­pen. De tun­nel­boor­ma­chi­ne die de tun­nel van de N434 gaat boren, start in de start­schacht bij de A4 ter hoog­te van recre­a­tie­ge­bied Vliet­land. Bij de ont­vangst­schacht gaat de tun­nel over naar een ver­diep­te lig­ging ter hoog­te van de woon­wijk Ste­vens­hof in Lei­den.

Zo’n 30 meter onder de grond boort de machi­ne de twee tun­nel­bui­zen (voor iede­re rij­rich­ting één) onder Voor­scho­ten door. Elke tun­nel­buis is 2250 meter lang en heeft twee rij­ba­nen. De tun­nel­boor­ma­chi­ne is spe­ci­aal ont­wor­pen voor de Rijn­land­Rou­te en heeft een dia­me­ter van bij­na 11 meter.

De tun­nel­boor­ma­chi­ne is een lang­zaam voort­be­we­gen­de fabriek van 100 meter lang die tege­lij­ker­tijd de grond weg­graaft én de tun­nel­buis bouwt. De boor­ma­chi­ne bestaat uit een boor­schild met een graaf- en werk­ka­mer. Ach­ter het boor­schild komen de vier volg­wa­gens met de bestu­rings­ca­bi­ne en alle elek­tri­sche en hydrau­li­sche instal­la­ties. Op de kop van het boor­schild, aan de voor­kant, bevindt zich het graaf­wiel. Hier­mee schraapt de tun­nel­boor­ma­chi­ne steeds laag­jes grond weg.

De boor­ma­chi­ne bouwt de tun­nel­buis, die bestaat uit beton­nen rin­gen. Elke ring bestaat uit zeven seg­men­ten. Voor de twee tun­nel­bui­zen zijn 2240 rin­gen nodig, in totaal wor­den er dus 15.680 beton­nen seg­men­ten ver­werkt.

Per dag wordt 10 tot 15 meter tun­nel­buis gebouwd, het boren van één tun­nel­buis duurt zo’n 6 maan­den. Daar­na komt de tun­nel­boor­ma­chi­ne bij de ont­vangst­schacht aan en wordt hij uit elkaar gehaald. Nadat de tun­nel­boor­ma­chi­ne weer is opge­bouwd bij de start­schacht, kan de twee­de tun­nel­buis wor­den geboord.

Waar komt de tun­nel?


De tun­nel­boor­ma­chi­ne start in de start­schacht bij de A4 ter hoog­te van recre­a­tie­ge­bied Vliet­land. De boor­tun­nel komt ten wes­ten van de spoor­lijn Den Haag-Lei­den boven en gaat dan over naar een ver­diep­te lig­ging ter hoog­te van de woon­wijk Ste­vens­hof.

Bewe­zen tech­niek, maar ook inno­va­tie

Tij­dens de aan­leg van de tun­nel­bui­zen wordt al reke­ning gehou­den met alle tech­ni­sche sys­te­men die nodig zijn om de tun­nel vei­lig te kun­nen gebrui­ken. Net als bij de bouw van de tun­nel zelf, kie­zen de pro­vin­cie Zuid-Hol­land en de aan­ne­mer Comol5 voor bewe­zen tech­niek. Maar de manier waar­op is uniek. De tun­nel met alle bij­be­ho­ren­de tech­niek is in één 3D-sys­teem ont­wor­pen. De instal­la­ties en de bestu­rings­ap­pa­ra­tuur wor­den in de fabriek in diver­se con­tai­ners gemon­teerd en getest. Ver­vol­gens wor­den de con­tai­ners met de instal­la­ties naar de bouw­plaats getrans­por­teerd en in het dienst­ge­bouw geplaatst. Stek­kers erin en klaar. Met deze geïn­te­greer­de aan­pak beperkt Comol5 de tota­le aan­leg­tijd, de bouw­hin­der en de risico’s.

Vei­lig­heid en risico’s

Het boren van een tun­nel is met veel vei­lig­heids­ei­sen omkleed. Natuur­lijk voor de men­sen die onder­gronds aan het werk zijn, maar zeker ook voor de omge­ving. Zo wor­den alle gebou­wen die op of nabij het werk­ge­bied van de tun­nel staan, tij­dens pas­sa­ge van de tun­nel­boor­ma­chi­ne in de gaten gehou­den en wor­den even­tu­e­le ver­vor­min­gen direct gesig­na­leerd met auto­ma­ti­sche land­meet­ap­pa­ra­tuur, 24 uur per dag, 7 dagen per week.

Onder kri­ti­sche pas­sa­ges, zoals bebou­wing, wegen, sport­vel­den, spoor­lijn en hoog­span­nings­mas­ten, is er een uit­ge­brei­de­re moni­to­ring en zijn de des­kun­di­gen die de meet­ge­ge­vens uit­le­zen, extra alert.

Ook de tun­nel zelf wordt aan tests onder­wor­pen. De tun­nel­seg­men­ten die gebruikt wor­den, heb­ben een zeer stren­ge brand­test goed door­staan.

Dwars­ver­bin­din­gen

Een tun­nel is anders dan een gewoon stuk weg. Er gebeu­ren niet min­der onge­luk­ken dan op een open stuk weg, maar als er iets gebeurt, kun­nen de gevol­gen wel gro­ter zijn. Daar­om komen in de tun­nel om de 250 meter dwars­ver­bin­din­gen tus­sen de 2 tun­nel­bui­zen die als vlucht­rou­te kun­nen die­nen van de ene naar de ande­re tun­nel­buis.

Meer infor­ma­tie

De start­schacht van de tun­nel kunt u van dicht­bij bekij­ken, van­af de uit­kijk­to­ren naast het infor­ma­tie­cen­trum Rijn­land­Rou­te.

Bekijk hier hoe de boor­ma­chi­ne werkt: